Historisch Genootschap Midden-Kennemerland Anemonenlaan 11 1943 BC Beverwijk tel: 0251-226291 jabrak@wanadoo.nl
Uit Van der Aa´s Aardrijkskundig woordenboek (1836-1851) Thans is Beverwijk een groot, schoon welbetimmerd vlek, in eene der aangenaamste kwartieren van Noord-Holland gelegen, vroeger geheel door buitenplaatsen omgeven, waarop meestal vrije wandeling was. Het voornaamste en aanzienlijkste van Beverwijk beslaat in eene ruime straat, de Breestraat genaamd, die, 612 ellen lang en grootendeels ter wederzijde met eene dubbele rij boomen beplant, bij het inkomen der plaats een zeer aangenaam gezigt oplevert, en op welke eenige dwarsstraten uitkomen, ter eener zijde aan den Achterweg, ter andere zijde aan de Meerstraat of de Haven, waar eene breede kaai en een wijduitgestrekt fraai gezigt is.
De Westzijde van het Wijkermeer, tusschen den Sint-Aagtendijk en den Rijnlandschen-slaperdijk onbedijkt zijnde, zoo ligt Beverwijk voor een gedeelte op eb en vloed, waardoor bij stormen en hooge vloeden meestal de woningen aan de Haven en aan de Zuidzijde der Breestraat worden overstroomd.
Zoo werden de bewoners van dat gedeelte van Beverwijk onder anderen, in den nacht van den 14 en 15 November 1775, tusschen drie en vier ure, door het water, op het onverwachts, in den slaap gestoord, ten bedde uitgejaagd, en genoodzaakt naar hunne zolders te vlugten.
Bron: Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden / Van der Aa, deel 2, pag. 395
|